ECLI:NL:CRVB:2012:BW9731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek proceskosten na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
Appellant, de Commandant Hr. Ms. De Zeven Provinciën, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. Vervolgens nam appellant een nieuwe beslissing op bezwaar en trok het hoger beroep in. Volgens artikel 21a van de Beroepswet kan bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan een partij verzoeken om veroordeling in proceskosten.
Namens betrokkene werd een verzoek tot veroordeling in proceskosten ingediend, maar dit verzoek werd te laat ontvangen door de Raad. Ondanks navraag naar de reden van de te late indiening werd geen reactie gegeven. De Centrale Raad van Beroep verklaarde daarom het verzoek niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot veroordeling in proceskosten is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.