ECLI:NL:CRVB:2012:BW9731

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2639 MAW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek proceskosten na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan

Appellant, de Commandant Hr. Ms. De Zeven Provinciën, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. Vervolgens nam appellant een nieuwe beslissing op bezwaar en trok het hoger beroep in. Volgens artikel 21a van de Beroepswet kan bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan een partij verzoeken om veroordeling in proceskosten.

Namens betrokkene werd een verzoek tot veroordeling in proceskosten ingediend, maar dit verzoek werd te laat ontvangen door de Raad. Ondanks navraag naar de reden van de te late indiening werd geen reactie gegeven. De Centrale Raad van Beroep verklaarde daarom het verzoek niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2012.

Uitkomst: Het verzoek tot veroordeling in proceskosten is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

11/2639 MAW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 maart 2011, 10/4847 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
De Commandant Hr. Ms. De Zeven Provinciën (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Datum uitspraak: 28 juni 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Appellant heeft op 9 september 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 19 september 2011 heeft appellant medegedeeld dat de beslissingen van 11 november 2009 en 9 juni 2011 worden ingetrokken. Bij brief van 22 september 2011 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en medegedeeld dat de proceskosten voor zijn rekening komen.
Bij brief van 21 november 2011 heeft mr. C. van Kins namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Dit verzoek om vergoeding van proceskosten is te laat bij de Raad ontvangen.
Bij brief van 2 december 2011 is gevraagd naar de reden van de te late indiening.
Hierop is geen reactie ontvangen.
OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een te laat verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2012.
(get.) B.J. van de Griend.
(get.) P.N. Rijnsewijn
HD