ECLI:NL:CRVB:2012:BW9801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding niet aannemelijk
Appellanten ontvingen bijstand als alleenstaanden, maar het dagelijks bestuur stelde dat zij vanaf 1 juni 2007 een gezamenlijke huishouding voerden en herzag daarop de bijstand en vorderde bedragen terug.
De Raad oordeelt dat het bestuur onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gezamenlijke huishouding, onder meer omdat verklaringen van appellanten zijn betwist en het verslag van het onderzoek niet betrouwbaar is. Ook eerdere verklaringen buiten de beoordelingsperiode en enkele aanwijzingen zoals een gezamenlijke bankrekening zijn onvoldoende om de gezamenlijke huishouding aannemelijk te maken.
De rechtbank had de besluiten vernietigd, maar hield geen rekening met het recht op bijstand voor gehuwden bij terugvordering, waardoor de Raad zelf de besluiten vernietigt en herroept. Tevens veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
De uitspraak benadrukt het belang van objectieve criteria bij het vaststellen van een gezamenlijke huishouding en dat het bestuur de last van bewijs draagt bij het herzien van bijstand.
Uitkomst: Besluiten tot herziening en terugvordering bijstand worden vernietigd en herroepen wegens onvoldoende feitelijke grondslag.