ECLI:NL:CRVB:2012:BX0227

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-1468 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:73 AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schadevergoeding en proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Assen en vorderde schadevergoeding en proceskostenvergoeding. Het UWV nam een aanvullende beslissing op bezwaar die geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor werd het hoger beroep door appellant ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant zijn schade niet had onderbouwd, waardoor het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De proceskosten werden begroot op €109,--, waarbij een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) werd gehanteerd conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak werd gedaan door M. Greebe, met griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen, op 4 juli 2012.

Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding afgewezen; UWV veroordeeld tot betaling van €109 aan proceskosten.

Uitspraak

12/1468 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 januari 2012, 09/919 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 4 juli 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L.G.M. van der Meer hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 19 maart 2012 een aanvullende beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 19 april 2012 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv op grond van de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Voor zover appellant met zijn verwijzing naar artikel 8:73a van de Awb bedoeld heeft vergoeding van schade te vorderen, moet worden vastgesteld dat hij deze schade niet heeft onderbouwd.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de aanvullende beslissing op bezwaar van 19 maart 2012 geheel aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden overeenkomstig het verzoek van appellant begroot op € 109,--, voor verleende rechtsbijstand, waarbij als wegingsfactor als bedoeld in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht 0,25 (zeer licht) wordt gehanteerd.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep:
-wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de schade af;
-veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 109,--.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012.
(getekend) M. Greebe
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
TM