ECLI:NL:CRVB:2012:BX0237

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-834 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een geschil met het UWV over een uitkering. Het UWV nam op 15 maart 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante haar hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:73a en 8:75a) en de Beroepswet het UWV veroordeeld kan worden tot vergoeding van schade en proceskosten indien het bestuursorgaan geheel tegemoetkomt aan de bezwaren en het beroep wordt ingetrokken. De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskosten van in totaal € 1.529,50.

De Raad verwees voor de wijze van rente-berekening naar een eerdere uitspraak en wees een hoger bedrag dan het forfaitaire tarief op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht af. Voor griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Greebe in aanwezigheid van griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 4 juli 2012.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.

Uitspraak

11/834 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 december 2010, 10/1933 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 4 juli 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. N.J. Brouwer hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 15 maart 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 4 april 2012 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 maart 2012 geheel aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, LJN BV1958.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, op € 655,50 voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 437,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.529,50.
In de bijlage van het Besluit proceskosten bestuursrecht is een limitatieve opsomming gegeven van de proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. Voor een veroordeling tot een hoger bedrag dan het forfaitaire tarief op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zoals appelante heeft verzocht, ziet de Raad geen aanleiding.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep:
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van schade als hiervoor aangegeven,
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.529,50.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012.
(getekend) M. Greebe
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
TM