ECLI:NL:CRVB:2012:BX1202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengelduitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellante was sinds september 2007 ongeschikt voor haar werk als huishoudelijke hulp en ontving een ziekengelduitkering na het einde van haar dienstverband in oktober 2007.
Het UWV beëindigde de uitkering per 28 april 2009 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en baseerde zich op medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De medische onderzoeken toonden aan dat de psychische en lichamelijke klachten van appellante waren afgenomen en geen belemmering meer vormden voor haar werk. De Raad oordeelde dat het UWV terecht concludeerde dat haar allergieklachten geen beletsel vormden voor het werk in de thuiszorg.
Appellante verscheen niet bij de zitting van februari 2012, maar werd bij de zitting van juni 2012 vertegenwoordigd door een advocaat. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ziekengelduitkering van appellante wordt beëindigd omdat zij niet langer ongeschikt is voor haar werk.