ECLI:NL:CRVB:2012:BX1214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering ondanks psychische en lichamelijke problematiek
Appellante was werkzaam als inpakster en meldde zich wegens lichamelijke en psychische klachten ziek. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij volgens verzekeringsartsen weer geschikt was om te werken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij de deskundige beoordelingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts volgde. De rechtbank vond dat de psychische en lichamelijke problematiek van appellante niet leidde tot functionele beperkingen die haar arbeidsvermogen uitsloten.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte het expertiserapport van haar psychiater Soylu onvoldoende had meegewogen. De Raad oordeelde echter dat de aanvullende reactie van Soylu geen nieuwe medische feiten bevatte die het eerdere oordeel konden veranderen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de uitkering en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.