ECLI:NL:CRVB:2012:BX2130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuw besluit UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een besluit van het UWV. Het UWV nam op 12 december 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarmee appellant zich kon verenigen. Hierdoor bestond er geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform een eerdere uitspraak van de Raad.
Verder veroordeelde de Raad het UWV op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €2.403,--, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €152,--. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Ch. van Voorst op 18 juli 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.