ECLI:NL:CRVB:2012:BX2155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling arbeidsongeschiktheid onder 15 procent
Appellante, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, werd in 2006 herbeoordeeld en haar uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het besluit onzorgvuldig was genomen vanwege onvoldoende medische informatie over haar psychische toestand.
Ter uitvoering van het vonnis stelde de bezwaarverzekeringsarts een aanvullend onderzoek in, inclusief een spreekuuronderzoek en het inwinnen van informatie bij GGZ-instellingen. Op basis hiervan werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat de onzorgvuldigheid was hersteld en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel onder behandeling was voor psychische klachten, maar kon dit niet met medische gegevens onderbouwen. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat er geen nieuwe feiten waren die het eerdere oordeel konden wijzigen. De passendheid van de functies die appellante kon verrichten werd eveneens bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing werd op 6 juli 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellante ongewijzigd onder 15% blijft en verklaart het hoger beroep ongegrond.