ECLI:NL:CRVB:2012:BX2638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 12 april 2009, omdat volgens het UWV zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn medische en arbeidskundige bezwaren, waaronder klachten aan schouders, lage rug, knieën, concentratieproblemen, visusproblemen en psychische klachten. De Raad heeft de beschikbare medische informatie beoordeeld en geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling door het UWV. De verzekeringsartsen constateerden beperkte pijnklachten maar geen significante afwijkingen die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
Ook de arbeidskundige beoordeling is door de Raad onderschreven, waarbij verwezen wordt naar eerdere rechtsoverwegingen in de aangevallen uitspraak. De Raad concludeert dat appellant onvoldoende medische gegevens heeft aangeleverd om aan te tonen dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvolledig zijn opgenomen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV deugdelijk is.