ECLI:NL:CRVB:2012:BX2744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- H.J. de Mooij
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tegemoetkoming op grond van de TOG 2000 wegens uitwonendheid zoon
Appellant ontving een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000 voor zijn zoon [D.], die vanwege een handicap onderwijs volgde als interne leerling in een internaat in België. De zoon verbleef daar van maandag tot en met vrijdag, met verzorging thuis in weekenden en vakanties.
De Sociale verzekeringsbank beëindigde de tegemoetkoming omdat de zoon niet langer tot het huishouden van appellant behoorde door het interne verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verblijf van ten minste vier nachten per week in het internaat uitwonendheid betekent.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn zoon feitelijk nog thuis woonde, mede omdat hij in het bevolkingsregister bij appellant stond ingeschreven en veel dagen per jaar thuis verbleef. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het beleid van de Svb dat het interne verblijf van vijf dagen en vier nachten per week leidt tot uitwonendheid.
Hierdoor werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De tegemoetkoming op grond van de TOG 2000 is terecht beëindigd vanwege het uitwonend zijn van de zoon.