ECLI:NL:CRVB:2012:BX2826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband wegens ongepast gedrag tijdens opleiding
Appellant was tijdelijk aangesteld als bewaarder bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en volgde een opleiding die in september 2008 begon. Tijdens deze opleiding viel hij meerdere keren in slaap en sprak hij een collega op bedreigende toon toe, waarbij hij zelfs een brandende sigarettenpeuk naar die collega gooide. Naar aanleiding hiervan werd hem buitengewoon verlof verleend en werd hem medegedeeld dat zijn aanstelling per 3 juli 2009 van rechtswege zou eindigen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beëindiging van het dienstverband ongegrond. In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend tegen deze beëindiging.
De Raad oordeelde dat de mededeling van beëindiging van het tijdelijke dienstverband een besluit met rechtsgevolg is en dat toetsing moet plaatsvinden aan de vereisten van vaste rechtspraak. Er is geen verplichting tot verlenging of omzetting in een vaste aanstelling, tenzij strijd met ongeschreven recht zou bestaan. Gezien het ongepaste gedrag van appellant tijdens de opleiding en het ontbreken van vertrouwen in zijn alertheid, is het besluit tot beëindiging gerechtvaardigd.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het tijdelijke dienstverband van appellant wordt van rechtswege beëindigd vanwege ongepast gedrag tijdens de opleiding.