ECLI:NL:CRVB:2012:BX2826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband van een ambtenaar na misdragingen tijdens opleiding
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van A. te B. tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 1 september 2010, waarin het beroep tegen het besluit van de Minister van Justitie om het tijdelijk dienstverband van appellant te beëindigen, ongegrond werd verklaard. Appellant was sinds 3 juli 2006 aangesteld als bewaarder en moest een opleiding volgen. Tijdens deze opleiding viel hij herhaaldelijk in slaap en gedroeg hij zich bedreigend tegenover een collega. Na deze incidenten werd appellant op 19 mei 2009 buitengewoon verlof verleend en op 20 mei 2009 werd hem meegedeeld dat zijn aanstelling per 3 juli 2009 van rechtswege zou eindigen. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd door de minister.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de mededeling van de minister over de beëindiging van het dienstverband moet worden opgevat als een besluit met rechtsgevolg. De rechtbank had terecht vastgesteld dat de minister niet verplicht was om het dienstverband te verlengen of om te zetten in een vaste aanstelling, tenzij er een verplichting tot voortzetting bestond of het niet verlengen in strijd zou zijn met ongeschreven recht. De Raad concludeert dat er geen zodanige verplichting is gebleken en dat de misdragingen van appellant tijdens de opleiding voldoende grond vormen voor de beslissing van de minister. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, en de Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere beslissing en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van griffier A.C. Oomkens, en is openbaar uitgesproken op 26 juli 2012.