ECLI:NL:CRVB:2012:BX3181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beëindiging traject zelfstandigheid bij intrekking bijstand volgens Bbz 2004
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand vanaf september 2003 en kreeg vanaf oktober 2008 toestemming om zich met behoud van uitkering voor te bereiden op zelfstandig ondernemerschap via het traject richting zelfstandigheid onder de Bbz 2004.
Het college heeft de bijstand opgeschort en ingetrokken in februari en maart 2009 en het traject richting zelfstandigheid beëindigd per 1 februari 2009, later gewijzigd naar 17 maart 2009. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, wat door de Raad werd bevestigd.
De Raad oordeelt dat artikel 2, derde lid, eerste volzin, van het Bbz 2004 bepaalt dat het ontvangen van algemene bijstand een noodzakelijke voorwaarde is om deel te nemen aan het traject gericht op zelfstandig ondernemerschap. Nu appellant geen bijstand meer ontving, was het college bevoegd het traject te beëindigen.
Het hoger beroep slaagt niet en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het traject richting zelfstandigheid terecht beëindigd na intrekking van de bijstand.