ECLI:NL:CRVB:2012:BX3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen op uitnodigingen sociale dienst
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB sinds mei 2004. Na een statusonderzoek in 2008 bleek dat er onregelmatigheden waren in de bestedingen, waaronder uitgaven aan kansspelen en betalingen op een onbekende creditcardrekening. Het college verzocht om bankafschriften, waarop appellanten niet tijdig reageerden, waarna het recht op bijstand werd opgeschort.
Appellanten werden uitgenodigd voor gesprekken op 26 februari en 16 maart 2009, maar alleen appellant verscheen. Appellante verscheen niet vanwege angst voor medewerkers van de sociale dienst. Een GGD-arts concludeerde echter dat appellante in staat was om te verschijnen. Het college trok daarop de bijstand per 26 februari 2009 in.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand, ondanks het verweer over psychische problemen. Het niet verschijnen kon appellante worden toegerekend, mede omdat zij niet tijdig op de uitnodigingen reageerde en geen gegevens aandroeg die het oordeel van de GGD-arts konden weerleggen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet verschijnen op uitnodigingen van de sociale dienst wordt bevestigd.