ECLI:NL:CRVB:2012:BX3203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bijstand ontvangen die later is ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van vermogen en inkomsten uit werkzaamheden via een uitzendbureau in juli 2004.
Het college heeft het bezwaar tegen de terugvordering en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft deze besluiten bevestigd. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij wel degelijk aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en dat het college bekend was met zijn inkomsten.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij tijdig en adequaat heeft geïnformeerd over zijn inkomsten. Het college heeft terecht rekening gehouden met recidive in het kader van het gemeentelijk beleid dat vorderingen wegens herhaalde schending van de inlichtingenplicht niet worden kwijtgescholden.
De Raad wijst de gronden van appellant af en bevestigt de eerdere uitspraak. De bestreden besluiten blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.