ECLI:NL:CRVB:2012:BX3213

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-377 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Appellant deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad behandelde het verzet op zitting, waar partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de betalingstermijn niet was overschreden of dat hem dit redelijkerwijs niet kon worden tegengeworpen.

De stelling van appellant dat hij het griffierecht niet kon betalen werd verworpen omdat hij geen verzoek tot uitstel had ingediend. De Raad zag geen reden om af te wijken van het eerdere oordeel en verklaarde het verzet ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/377 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 december 2011, 11/1586 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem (college)
Datum uitspraak 25 juli 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 1 mei 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 juli 2012, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 1 mei 2012 berust hierop, dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn uitspraak van 1 mei 2012 is gegeven. In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, overweegt de Raad dat hij ook in hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd geen aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel dat de betalingstermijn niet zou zijn overschreden of dat die overschrijding appellant redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. De stelling van appellant dat hij het griffierecht niet kan betalen, kan niet leiden tot een ander oordeel nu hij binnen de gestelde termijn geen actie heeft ondernomen, bijvoorbeeld door het indienen van een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2012.
(getekend) H.J. de Mooij
(getekend) P.J.M. Crombach
HD