ECLI:NL:CRVB:2012:BX3405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant kreeg bijstand toegekend, maar het college schortte deze op en trok de uitkering in omdat appellant de inkomstenverklaringen vanaf oktober 2008 niet had ingeleverd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten en curatele reden waren om van intrekking af te zien en dat de grondslag van intrekking niet gewijzigd mocht worden na de opschortingstermijn.
De Raad oordeelde dat schending van de inlichtingenverplichting een geldige grond is voor intrekking als niet kan worden vastgesteld of bijstandbehoevende omstandigheden aanwezig zijn. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat recht op bijstand bestond, mede omdat de inkomstenverklaringen incompleet en niet ondertekend waren en bankafschriften onvoldoende inzicht boden.
De wijziging van de grondslag van intrekking na de opschortingstermijn was niet onredelijk, omdat bij bezwaar en beroep alsnog rekening kan worden gehouden met aanvullende gegevens. De curatele en psychische stoornis van appellant waren onvoldoende om het college te beletten de bevoegdheid tot intrekking uit te oefenen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.