ECLI:NL:CRVB:2012:BX3406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijstandsuitkering na niet-ingediende aanvraag
Appellant heeft zich op 23 september 2008 gemeld bij het Centrum voor Werk en Inkomen om een bijstandsuitkering aan te vragen, maar liep boos weg tijdens het intakegesprek op 24 september 2008, waardoor geen aanvraag tot stand kwam. Pas op 5 juni 2009 meldde hij zich opnieuw en diende op 15 juni 2009 een aanvraag in.
Het college stelde vast dat appellant tot de doelgroep van de WWB behoorde en bood hem vanaf 5 juni 2009 een stage met vergoeding aan. Het bezwaar van appellant tegen het besluit om geen bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen werd ongegrond verklaard door het college en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel een aanvraag in september 2008 had ingediend en dat hij onheus was bejegend tijdens het intakegesprek, wat bijzondere omstandigheden zou zijn voor terugwerkende kracht. De Raad oordeelde dat melding en aanvraag juridisch gescheiden zijn en dat er geen aanvraag was ingediend in september 2008. Ook ontbrak onderbouwing van de stelling over onheuse bejegening en werden geen klachten ingediend.
De Raad bevestigde dat geen bijstand wordt toegekend over perioden voorafgaand aan de datum van de ingediende aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Omdat deze ontbraken, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend vanaf de datum van de ingediende aanvraag op 5 juni 2009.