ECLI:NL:CRVB:2012:BX3461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek zonder verergering klachten
Appellant, werkzaam als onderhoudsmedewerker, viel in mei 2000 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en ontving vanaf april 2001 een WAO-uitkering. Deze werd in 2006 ingetrokken wegens geschiktheid voor bepaalde functies, waarna appellant een WW-uitkering ontving. Na ziekmelding in september 2009 met schildklierklachten, werd hij door een verzekeringsarts onderzocht die oordeelde dat appellant vanaf december 2009 geschikt was voor de eerder geselecteerde functies, waarop het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar en voerde in hoger beroep aan dat er sinds november 2010 sprake was van toegenomen klachten, onderbouwd met psychiatrische rapporten en een ZW-beoordeling van januari 2012. Hij verzocht tevens om benoeming van een onafhankelijk deskundige.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, geen verergering van klachten was vastgesteld ten opzichte van de eerdere WAO-beoordeling en dat de informatie over latere klachten geen invloed had op de beoordeling per 14 december 2009. Daarom was er geen aanleiding voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van het recht op ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld bevestigd.