ECLI:NL:CRVB:2012:BX3463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewet-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant was werkzaam als operator bij een uitzendbureau en viel uit wegens klachten aan de rechterarm. Na meerdere medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en een neuroloog, werd appellant per 15 maart 2010 geschikt geacht voor zijn eigen werk. Het UWV verklaarde het bezwaar tegen het beëindigen van de Ziektewet-uitkering ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het onderzoek zorgvuldig en de medische grondslag voldoende.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de klachten aan nek en schouders, veroorzaakt door het syndroom van Tietze, niet waren meegewogen en dat de arbeidsbelasting verkeerd was ingeschat. De Raad overwoog dat de omschrijving van de werkzaamheden en de belastende kenmerken juist waren vastgesteld en dat de door appellant aangevoerde zwaardere belasting niet aannemelijk was. De medische onderzoeken waren zorgvuldig en toonden geen volledige arbeidsongeschiktheid aan.
De Raad concludeerde dat het syndroom van Tietze en het wachten op een operatie geen reden zijn voor arbeidsongeschiktheid en bevestigde het besluit dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering.