ECLI:NL:CRVB:2012:BX3479

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-3268 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig ingediend beroepschrift

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 26 maart 2012, dat op dezelfde dag aan hem bekend is gemaakt. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroepschrift binnen zes weken na bekendmaking van het besluit worden ingediend. Het beroepschrift van appellant werd echter pas op 7 juni 2012 ontvangen, nadat het op 18 mei 2012 was ingekomen bij verweerder.

De Raad heeft appellant gevraagd naar de reden van de overschrijding van de beroepstermijn. Appellant gaf aan bewust te zijn van de verstreken termijn en verzocht om verlenging, met het oog op het toevoegen van een getuigenverklaring. De Raad oordeelt dat dit verzoek niet tijdig was, omdat het pas in het te laat ingediende beroepschrift werd gedaan. De getuigenverklaring had ook later kunnen worden toegevoegd.

Gezien het ontbreken van een tijdig verzoek om uitstel en het feit dat appellant in verzuim is geweest, verklaart de Centrale Raad van Beroep het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R. Kooper, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, op 2 augustus 2012.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

12/3268 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
Partijen:
[appellant] (appellant)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
PROCESVERLOOP
[naam gemachtigde] heeft namens appellant beroep ingesteld tegen verweerders besluit van
26 maart 2012, kenmerk BZ01340146. Dit besluit is bij schrijven van 26 maart 2012 aan appellant bekendgemaakt.
Bij brief van 6 juni 2012 heeft verweerder op 18 mei 2012 ingekomen beroepschrift namens appellant doorgezonden aan de Raad, alwaar het op 7 juni 2012 ter griffie is ontvangen.
OVERWEGINGEN
Volgens de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt het volgende:
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop het bestreden besluit door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij schrijven van 21 juni 2012 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
[ naam gemachtigde] heeft namens appellant daarop bij brief van 2 juli 2012 geantwoord dat zij ervan bewust is geweest dat de beroepstermijn was verstreken en heeft verzocht om de termijn te verlengen, maar er zeker van wilde zijn dat de door haar ingediende getuigenis van 28 april 2012 opgenomen zou worden in het dossier. Die getuigenverklaring heeft zij begin mei 2012 ontvangen en samen met het beroepschrift verzonden.
Hetgeen appellant ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad overweegt daartoe dat de gemachtigde van appellante niet tijdig om uitstel heeft gevraagd. Tijdig wil in dit geval zeggen: nog binnen de beroepstermijn waarvan verlenging wordt verzocht. Een verzoek om uitstel in het te laat ingediende beroepschrift zelf is niet tijdig. Dat appellante de getuigenverklaring bij het beroepschrift wilde voegen, moet voor haar rekening blijven. Zij had die verklaring ook kunnen nazenden.
Het beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2012.
(getekend) R. Kooper
(getekend) P.N. Rijnsewijn
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
RK