ECLI:NL:CRVB:2012:BX3979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering en proceskostenveroordeling in hoger beroep
Appellante ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens psychische klachten en werkte vanaf januari 2008 drie dagen per week als telefonisch/receptioniste. Na ongeschiktheid per 8 december 2008 werd een Ziektewetuitkering toegekend, die het UWV op 19 augustus 2009 beëindigde wegens geschiktheid voor arbeid.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een functieomschrijving, maar handhaafde het besluit op grond van een arbeidsdeskundig en medisch onderzoek. Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen had dan aangenomen, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen niet verder reikten dan eerder vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Wel vernietigt de Raad het oordeel over de proceskosten in bezwaar, omdat het primaire besluit niet is herroepen en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot €874, inclusief vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Beëindiging Ziektewetuitkering bevestigd; UWV veroordeeld in proceskosten hoger beroep; verzoek proceskosten bezwaar en schadevergoeding afgewezen.