ECLI:NL:CRVB:2012:BX4552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen bankrekening en kasstortingen
Appellante ontving bijstand sinds december 2005 en had naast de opgegeven bankrekening een tweede bankrekening verzwegen waarop kasstortingen plaatsvonden. Het college herzag en trok bijstand in over diverse maanden en legde een verlaging van 40% op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante voerde aan dat zij niet bewust was van de opgaveplicht van de tweede rekening en dat kasstortingen deels giften waren voor haar kinderen in Somalië. De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs opgave had moeten doen van beide rekeningen en dat de kasstortingen als inkomsten moesten worden beschouwd vanwege onvoldoende bewijs van herkomst.
De Raad vernietigde het besluit voor december 2005 omdat het college de kasstorting van €300 kon verklaren en stelde de terugvordering lager vast. De opgelegde maatregel van verlaging bleef gehandhaafd omdat verwijtbaarheid niet was uitgesloten en geen dringende reden tot matiging was aangetoond.
Het college werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak verving het eerdere besluit van 2 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening over december 2005 wordt vernietigd met aangepaste terugvordering.