ECLI:NL:CRVB:2012:BX4880

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4786 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren ondanks beroep op Verdrag van Maastricht

Appellant, geboren in Nederland en jarenlang werkzaam voor de Koninklijke Luchtmacht in Duitsland, ontving sinds 1995 een WAO-uitkering. In 2009 kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) hem een AOW-pensioen toe met een korting van 76%, vanwege 38 jaren waarin hij niet verzekerd was voor de AOW.

Appellant stelde dat het Verdrag van Maastricht voorschrijft dat er geen inkomensverschil mag zijn tussen de WAO-uitkering en het AOW-pensioen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel.

De Raad benadrukte dat de AOW een opbouwverzekering is en dat appellant alleen verzekerd was tot het einde van zijn dienstverband bij de Koninklijke Luchtmacht. De Raad vond geen internationaal recht, inclusief het Verdrag van Maastricht, dat de korting onrechtmatig maakt.

De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 76% op het AOW-pensioen wegens 38 niet-verzekerde jaren.

Uitspraak

10/4786 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2010, 09/5219 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Duitsland (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 17 augustus 2012.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een reactie daarop ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2012. Appellant is daarbij, met kennisgeving, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van der Weerd.
OVERWEGINGEN
1.1. Appellant is in 1944 in Nederland geboren en hij heeft hier een aantal jaren gewerkt. Vervolgens is appellant tot 25 oktober 1970 in Duitsland in dienst geweest van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht. Hij is nadien niet naar Nederland teruggekeerd en hij heeft in Duitsland werkzaamheden verricht. Sinds 29 mei 1995 ontving appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
1.2. De Svb heeft hem, met een besluit van 12 juni 2009, per augustus 2009 een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend met een korting van 76% wegens 38 niet verzekerde jaren tussen 1970 en 2009. Het bezwaar hiertegen is door de Svb bij beslissing op bezwaar van 5 oktober 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is door appellant herhaald dat Nederland, op grond van het Verdrag van Maastricht, gehouden is te zorgen dat er geen verschil bestaat in inkomen tussen de periode dat hij een WAO-uitkering ontving en nu de periode vanaf zijn 65e verjaardag waarin hij een AOW-pensioen ontvangt.
4.1. De Raad kan appellant hierin niet volgen. Zoals de rechtbank terecht uiteen heeft gezet, is de AOW een opbouwverzekering. Appellant is verzekerd geacht in de periode tussen zijn 15e verjaardag en het einde van zijn dienstverband met de Koninklijke Luchtmacht. Sinds oktober 1970 heeft appellant geen verzekerde perioden meer opgebouwd in Nederland. Nu appellant dus, afgerond, 38 jaar niet voor de AOW verzekerd is geweest, is er terecht een korting van 76% toegepast door de Svb. Er is de Raad geen bepaling van internationaal recht bekend, waaronder begrepen het Verdrag van Maastricht, waarmee dit in strijd zou zijn.
4.2. Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.
5. De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling te komen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2012.
(getekend) T.L. de Vries
(getekend) M.R. Schuurman
EV