ECLI:NL:CRVB:2012:BX5053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarschuwing wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstand
Appellanten ontvangen sinds 2000 bijstand op grond van de WWB. In het kader van een periodieke controle verzocht de sociale dienst hen om bank- en giroafschriften over maart, april en mei 2008. Hoewel appellanten op 30 juni 2008 afschriften overlegden, ontbraken bepaalde volgnummers. Na herhaalde verzoeken leverden zij deze pas na opschorting van de bijstand in november 2008 alsnog aan.
Het college gaf appellanten een waarschuwing wegens schending van de inlichtingenverplichting, waarop appellanten bezwaar maakten. De rechtbank verklaarde dit bezwaar ongegrond, waarna appellanten in hoger beroep gingen. Zij stelden dat zij alle gevraagde afschriften tijdig hadden overgelegd en dat het verzoek om kopieën hun privacy onnodig aantastte.
De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij de afschriften volledig en tijdig hadden ingeleverd. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer was niet onevenredig, aangezien het college gerechtigd is inzage in bankafschriften te verlangen voor de laatste drie maanden. Ook het verzoek om inzage in een doorlopend krediet was proportioneel en subsidiariteit was niet geschonden.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de waarschuwing wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.