ECLI:NL:CRVB:2012:BX5343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid ondanks artroseklachten
Appellante werkte als management-assistente in een gezin en viel uit wegens spier-, pees- en gewrichtsklachten, waaronder artrose. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 11 maart 2009 en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarbij het medisch onderzoek en de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig werden beschouwd.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht naar de aard en belasting van haar werkzaamheden en dat haar beperkingen, met name door artrose, waren onderschat. De Raad oordeelde dat het UWV een juiste maatstaf hanteerde voor het begrip "zijn arbeid" en dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde inzichtelijk waarom appellante ondanks haar klachten haar arbeid kon verrichten.
De Raad verwierp het beroep omdat appellante geen aanvullende medische informatie overlegde die haar beperkingen verder onderbouwde. De milde aard van de artrose en het ontbreken van aanleiding voor nader onderzoek gaven geen grondslag voor het standpunt dat zij haar arbeid niet kon verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.