ECLI:NL:CRVB:2012:BX5771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot, waarbij zij stelde arbeidsongeschikt te zijn. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat zij niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidscriteria van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
Na bezwaar en beroep werd het besluit herbeoordeeld, waarbij medische en arbeidsdeskundige rapportages werden betrokken. De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, waarna aanvullend onderzoek plaatsvond. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat er geen reden was om af te wijken van het oordeel dat appellante niet arbeidsongeschikt was in de zin van de ANW. Het rapport uit het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB) was niet doorslaggevend vanwege een ander toetsingskader. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om proceskostenvergoeding en schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.