ECLI:NL:CRVB:2012:BX5777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een aanvraag voor een WAO-uitkering ingediend, welke door het Uwv is afgewezen omdat hij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest vanaf 28 april 1992. Eerder was ook al vastgesteld dat appellant vanaf 3 juni 1991 niet arbeidsongeschikt werd geacht en dat hij na 28 april 1992 niet aan de voorwaarden voor een Ziektewet-uitkering voldeed.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv ongegrond verklaard, waarbij is vastgesteld dat er geen medische aanwijzingen zijn dat appellant vanaf genoemde data arbeidsongeschikt is geweest. Tevens is geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die herziening van eerdere besluiten rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald, maar de Raad volgt de rechtbank en het Uwv in hun oordeel dat de wachttijd niet is vervuld en dat nader medisch onderzoek niet noodzakelijk is. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.