ECLI:NL:CRVB:2012:BX6061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor werk ondanks rugklachten
Appellante, werkzaam als pedagogisch medewerkster, meldde zich ziek wegens rugklachten gerelateerd aan zwangerschap en ontving verschillende uitkeringen waaronder WW, WAZO en Ziektewet. Het UWV weigerde de Ziektewetuitkering per 10 juni 2010 op grond van medisch onderzoek dat stelde dat zij geschikt was voor haar werk met beperkingen in tillen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige volgde. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en voerde zij ook psychische klachten aan, ondersteund door een rapport van een psychiater.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige voldoende duidelijkheid gaf over het belastende aspect van het werk en dat de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts dat appellante geschikt is voor haar werk niet ter discussie stond. De psychiater kon geen uitspraak doen over de toestand op de datum in geding en de bezwaarverzekeringsarts zag geen reden het eerdere standpunt te wijzigen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitkering werd derhalve terecht beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.