ECLI:NL:CRVB:2012:BX6063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig groepsleraar, ontving sinds 1991 een WAO-uitkering die in 2009 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na ziekmelding in 2010 en medisch onderzoek verklaarde de verzekeringsarts appellant hersteld voor ten minste één passende functie, waarna het Uwv het ziekengeld introk. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn klachten onvoldoende in samenhang waren beoordeeld en vroeg om een onafhankelijk deskundige.
De rechtbank en de Raad bevestigden het standpunt van het Uwv, stellende dat het medische onderzoek zorgvuldig en inzichtelijk was uitgevoerd op basis van dossierstudie, medische informatie en eigen onderzoek. De Raad oordeelde dat de medische stukken van appellant onvoldoende aanleiding gaven om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen, ook niet gezien de toekenning van een nieuwe ZW-uitkering in 2011, die niet relevant was voor de datum in geschil.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijk deskundige af en bevestigde de eerdere uitspraak. Hiermee werd het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard, waarmee het besluit van het Uwv gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 7 september 2010 wordt bevestigd.