ECLI:NL:CRVB:2012:BX6221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatigverklaring AOW-premie over 2001 wegens openstaande belastingschuld
Appellante is door de Sociale verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard in het betalen van de AOW-premie over het jaar 2001. De Svb baseerde dit op informatie van de belastingdienst waaruit bleek dat appellante een openstaande belasting- en premieschuld van €33.317,- had. Appellante voerde aan dat zij de premies wel had betaald, waarbij zij verwees naar twee overschrijvingen in 2006 die volgens haar ten onrechte waren toegerekend aan de aanslagen van haar echtgenoot.
De rechtbank Breda oordeelde eerder dat appellante terecht schuldig nalatig was verklaard. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de belastingdienst de betalingen correct had toegerekend aan de aanslagen van de echtgenoot, aangezien de overschrijvingen het nummer van de echtgenoot vermeldden. Er was geen bewijs dat de schuld van appellante was voldaan.
De Raad oordeelde dat de Svb terecht de toen geldende bepalingen van de Wet financiering volksverzekeringen had toegepast. De stelling van appellante dat sprake zou zijn van een misverstand bij de belastingdienst werd niet aannemelijk geacht. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante schuldig nalatig is in het betalen van de AOW-premie over 2001 wegens een openstaande belastingschuld.