ECLI:NL:CRVB:2012:BX6237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn zonder medische onderbouwing
Appellant kreeg een boete opgelegd door het UWV wegens het niet naleven van zijn mededelingsverplichting op grond van artikel 80 van Pro de WAO. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het besluit op 4 oktober 2010 aan appellant was verzonden en ontvangen, waardoor de beroepstermijn op die datum begon en eindigde op 15 november 2010. Het beroepschrift was echter gedagtekend op 16 november 2010 en pas op 19 november ontvangen, waardoor de termijn werd overschreden. Artikel 6:11 van Pro de Awb, dat in uitzonderlijke gevallen een termijnoverschrijding kan rechtvaardigen, was niet van toepassing omdat appellant geen medische onderbouwing of bewijs van postbezorgingsproblemen had geleverd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn gezondheidssituatie en problemen met postbezorging de reden waren voor de overschrijding. De Raad concludeerde dat appellant deze stellingen onvoldoende had onderbouwd met medische gegevens of bewijs van postproblemen. Bovendien had appellant eerder tijdig bezwaar gemaakt, wat wijst op een voldoende gezondheidssituatie op dat moment.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige medische of postbezorgingsgrond.