ECLI:NL:CRVB:2012:BX6465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet meewerken medisch onderzoek
Appellante diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering, maar het UWV nam deze niet verder in behandeling wegens het niet meewerken aan medisch onderzoek. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat artikel 46a Wet WIA niet als grondslag kon dienen, maar stelde vast dat appellante niet in betekenende mate valt te verwijten dat zij niet sprak tijdens verzekeringsgeneeskundige onderzoeken.
De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde vast dat het UWV terecht de aanvraag niet verder behandelde omdat appellante verwijtbaar niet meewerkte. Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat appellante normaal kon communiceren en dat haar zwijgen vermoedelijk het gevolg was van malingering. Het advies tot klinische opname werd niet opgevolgd, maar dit werd niet als onrechtmatig beschouwd.
De Raad concludeerde dat het niet-spreken van appellante haar te verwijten is en dat het UWV de aanspraken op uitkering buiten beschouwing mocht laten zolang het recht niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering bevestigd.