ECLI:NL:CRVB:2012:BX6546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid ondanks verslaving
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek vanwege psychische en drankproblemen en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek concludeerde het UWV dat appellant per 28 juni 2010 geschikt was voor arbeid en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat, mede door zijn depressieve klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat een verslaving aan verdovende middelen niet als ziekte wordt beschouwd tenzij deze leidt tot gebreken of klinische opname. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij de bezwaarverzekeringsarts dossieronderzoek deed, appellant hoorde en aanvullende informatie van de huisarts verkreeg.
In hoger beroep bracht appellant nieuwe medische informatie in, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde overtuigend dat deze geen aanleiding gaf tot wijziging van het eerdere oordeel. De Raad ziet geen reden om het standpunt van het UWV te wijzigen en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 28 juni 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 28 juni 2010 wegens geschiktheid voor arbeid.