ECLI:NL:CRVB:2012:BX6952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, voormalig procesoperator, ontving sinds 2002 een WW-uitkering en meldde zich in 2007 ziek met diverse klachten. Na aanvraag van een WGA-uitkering in 2009 stelde het UWV vast dat appellant recht had op een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. In bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid herzien van 35-45% naar minder dan 35%, wat leidde tot beëindiging van de uitkering per 2 september 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beëindiging ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door zijn klachten niet in staat was de functies te verrichten waarop de schatting was gebaseerd.
De Raad concludeert dat de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts en de FML correct zijn, mede gelet op de medische rapporten van specialisten en het ontbreken van aanwijzingen voor beperkingen door hartklachten ten tijde van het onderzoek. De functies zijn medisch geschikt voor appellant. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.