ECLI:NL:CRVB:2012:BX6953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening AOW-pensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in september 2007 een AOW-pensioen aangevraagd, dat aanvankelijk werd geweigerd. Na bezwaar kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen toe met ingang van september 2006, maar niet met terugwerkende kracht tot de 65-jarige leeftijd van appellant. Appellant heeft geen rechtsmiddelen tegen dit besluit aangewend.
In juli 2010 verzocht appellant om herziening van dit besluit met een ingangsdatum gelijk aan zijn 65e verjaardag. De Svb wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht had op het pensioen vanaf zijn 65e verjaardag. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd en dat de Svb terecht het verzoek had afgewezen conform artikel 4:6 Awb Pro. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Simon op 7 september 2012.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de ingangsdatum van het AOW-pensioen is afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.