ECLI:NL:CRVB:2012:BX7083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende toegenomen beperkingen
Appellante verzocht om een Ziektewetuitkering, welke door het UWV werd geweigerd omdat zij niet toegenomen beperkt werd geacht ten opzichte van de eerdere WAO-beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die meer beperkingen zouden aantonen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij psychisch en cardiaal meer beperkt was en dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hadden gehouden met informatie van haar psycholoog en psychiater. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de beschikbare medische informatie voldoende was betrokken. Het ontbreken van nadere informatie van de psychiater was niet onbegrijpelijk.
De Raad bevestigde dat het UWV de juiste maatstaf had gehanteerd door uit te gaan van de bij de WAO-beoordeling geselecteerde functies en dat het voldoende is dat de herstelverklaring wordt gedragen door ten minste één van deze functies. De hartklachten waren reeds betrokken bij de WAO-beoordeling en er waren geen nieuwe medische gegevens die een toegenomen beperking onderbouwden.
Daarmee bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende toegenomen beperkingen.