ECLI:NL:CRVB:2012:BX7632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens juiste vaststelling beperkingen en belastbaarheid
Appellant, werkzaam als hulpkok, viel uit wegens psychische en knieklachten en werkte daarna parttime. Het UWV besloot dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanwege een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen juist waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, onder meer dat ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen en verwees naar medische verklaringen en een vaststellingsovereenkomst. De Raad stelde vast dat de medische beoordeling, inclusief de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), juist was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De bedrijfsarts en psychologen waren meegewogen en er was geen medische reden voor een urenbeperking.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd; appellant was geschikt voor zijn eigen werk en zijn keuze om de arbeidsovereenkomst te beëindigen vormde geen bijzondere omstandigheid. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld en de belastbaarheid niet is onderschat.