ECLI:NL:CRVB:2012:BX8455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en afwijzing verzoek proceskostenvergoeding
Appellante heeft op 9 september 2011 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. Vervolgens heeft zij het hoger beroep ingetrokken en verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg te veroordelen in de proceskosten.
De Raad heeft vastgesteld dat appellante bij brief van 19 maart 2012 uitdrukkelijk heeft verklaard geen proceskosten te hebben gemaakt in beroep en hoger beroep. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en partijen stemden in met het achterwege laten van een zitting.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het verzoek tegemoet is gekomen.
De Raad oordeelt echter dat geen aanleiding bestaat tot vergoeding van proceskosten, omdat appellante geen kosten heeft gemaakt. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 september 2012.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat appellante geen proceskosten heeft gemaakt.