ECLI:NL:CRVB:2012:BX8573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidszaak
Verzoeker stelde een schadevergoeding te vorderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase van zijn zaak tegen de Sociale verzekeringsbank (Svb). De redelijke termijn was met ruim twee jaar en acht maanden overschreden.
De Staat erkende de overschrijding en bood een vergoeding van € 3.000,- aan, onder de voorwaarde dat het resterende beroep werd ingetrokken. De Svb stelde dat zij geen aanvullende vergoeding hoefde te betalen, omdat de Staat bij de vergoeding al rekening had gehouden met tijdvakken die aan de Svb toegerekend moesten worden.
De Raad bevestigde dat de Staat reeds de volledige vergoeding had betaald en dat er geen aanleiding was om de Svb tot een aanvullende betaling te veroordelen. Ook wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat daarvoor geen grond bestond.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 september 2012 en bevestigt de vaste rechtspraak omtrent vergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro.
Uitkomst: Verzoek om aanvullende schadevergoeding tegen de Sociale verzekeringsbank wordt afgewezen omdat de Staat reeds vergoeding heeft betaald.