ECLI:NL:CRVB:2012:BX8899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning AOW-pensioen en terugwerkende kracht bij late aanvraag
Appellant, met Portugese nationaliteit en woonachtig in Nederland sinds 2000, vroeg meerdere keren om toekenning van ouderdomspensioen ingevolge de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees eerdere aanvragen af vanwege niet voldoen aan verzekerings- en woonvereisten. Na een bezwaarprocedure kende de Svb een pensioen toe vanaf 1 augustus 2008 met terugwerkende kracht van één jaar.
Appellant stelde in hoger beroep aanspraak te maken op pensioen vanaf 1997 en voerde aan dat zijn late aanvraag te wijten was aan onbekendheid met internationale verdragsbepalingen, wat een bijzonder geval zou vormen. De Raad oordeelde dat deze onbekendheid niet de reden was voor de late aanvraag, maar een verschil van inzicht over de woonperiode die vereist is voor overgangsvoordelen.
De Raad bevestigde dat appellant voldoende geïnformeerd was over de voorwaarden en dat het op zijn weg lag om tijdig een nieuwe aanvraag in te dienen toen hij aan de woonvereiste voldeed. Schrijnendheid werd niet als grond voor een bijzonder geval erkend. De Raad veroordeelde de Svb wel tot vergoeding van proceskosten wegens verwarrende besluitvorming.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het pensioen wordt toegekend met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2008.