ECLI:NL:CRVB:2012:BX9905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid voor 1 augustus 2004
Appellant, een zelfstandig ondernemer die 70 tot 80 uur per week werkte, vroeg op 13 mei 2005 een WAZ-uitkering aan. Het UWV hield de aanvraag aan op verzoek van appellant totdat aanvullende gegevens beschikbaar waren. In april 2010 wees het UWV de aanvraag af omdat geen aanwijzingen bestonden dat appellant vóór 1 augustus 2004 arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd in juli 2010 bevestigd bij bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de arbeidsongeschiktheid na 1 augustus 2004 geen recht op WAZ-uitkering geeft en appellant geschikt is voor zijn eigen werk.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, wijzend op bewijsproblemen door de lange periode tussen aanvraag en beoordeling en betoogde dat de rechtbank te marginaal had getoetst. De Raad oordeelde dat appellant zelf om aanhouding van de aanvraag had gevraagd en dat eventuele bewijsproblemen voor zijn risico zijn. Het medisch onderzoek werd niet onjuist geacht en de geschiktheid voor eigen werk werd bevestigd. De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen vóór 1 augustus 2004 aanwezig waren, mede gelet op de verklaring van de behandelend KNO-arts.
De Raad zag geen reden om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigde het bestreden besluit. Tevens werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens ontbreken van aantoonbare beperkingen vóór 1 augustus 2004.