ECLI:NL:CRVB:2012:BY0117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage. De gemachtigde van appellant werd op 14 juni 2012 en opnieuw op 17 juli 2012 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €115,-- binnen 28 dagen na verzending van de brief. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant in verzuim is geweest met de betaling van het griffierecht. Op grond van artikel 22 van Pro de Beroepswet is betaling van griffierecht een vereiste voor ontvankelijkheid. Omdat niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder verdere inhoudelijke behandeling.
Daarnaast overweegt de Raad dat het hoger beroep ook niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden vanwege het ontbreken van de gronden van het hoger beroep in het beroepschrift en het niet herstellen van dit verzuim binnen de gestelde termijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T.L. de Vries in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 12 oktober 2012.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.