ECLI:NL:CRVB:2012:BY0178

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6861 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak dagloonberekening Ziektewetuitkering

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin het beroep van verzoeker tegen de dagloonberekening door het Uwv werd afgewezen. De Raad heeft onderzocht of er feiten of omstandigheden zijn die voor de uitspraak plaatsvonden, maar pas later bij verzoeker bekend werden en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

De Raad concludeert dat verzoeker niet heeft aangetoond dat dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden bestaan. De aangevoerde bezwaren betreffen een hernieuwde discussie over de rechtmatigheid van de dagloonberekening, waarvoor het herzieningsverzoek niet bedoeld is. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T. Hoogenboom, in aanwezigheid van griffier J.R. Baas, op 12 oktober 2012.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de dagloonberekening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/6861 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 november 2010, 09/4927 ZW
Partijen:
[A. te B. ] (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2012. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet en artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 augustus 2009 met nummer 08/1004 in hoger beroep bevestigd. De rechtbank heeft bij haar uitspraak het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Het beroep steunde op de opvatting van verzoeker dat het dagloon voor zijn Ziektewetuitkering door het Uwv verkeerd berekend was. De rechtbank achtte het dagloon juist.
3. Verzoeker heeft thans aangevoerd dat de desbetreffende uitspraak van de Raad in strijd is met het recht en dan met name dat de Raad verzuimd heeft fouten te herstellen die het Uwv heeft gemaakt met betrekking tot de vaststelling van het dagloon voor zijn Ziektewetuitkering.
4. De Raad komt tot het volgende oordeel.
4.1. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. De Raad merkt hierbij op dat verzoeker had moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 11 november 2010 en die bij verzoeker pas daarna bekend zijn geworden. Dat door het Uwv bij de dagloonberekening fouten zijn gemaakt die niet eerder dan die datum naar voren zijn gekomen is door verzoeker niet aangetoond.
4.2. Verzoeker heeft uitvoerig betoogd dat de uitspraak van de rechtbank en die van de Raad niet juist kunnen zijn. De Raad merkt ten aanzien daarvan op dat het rechtsmiddel van herziening niet is bedoeld om een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak of over het daarbij toegepaste recht.
4.3. Dit betekent dat niet is voldaan aan de hierboven onder b. genoemde voorwaarde en dat het verzoek moet worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2012.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) J.R. Baas
TM