ECLI:NL:CRVB:2012:BY0605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tot stand gekomen bijstandsaanvraag
Appellante heeft zich op 15 december 2008 gemeld bij de CWI voor aanvullende bijstand en kreeg een aanvraagformulier met de eis dit uiterlijk 22 december 2008 in te leveren. Zij heeft het formulier niet binnen deze termijn ingeleverd en heeft op die dag mondeling haar verzoek om bijstand ingetrokken. Hoewel appellante stelde dat zij op 23 december 2008 alsnog een brief met het ingevulde formulier heeft verzonden, kon zij dit niet aannemelijk maken. De sociale dienst ontkende ontvangst en de bewijslast voor niet-aangetekende poststukken rust op de afzender.
De rechtbank oordeelde dat geen aanvraag tot stand was gekomen en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel en wees op het ontbreken van een schriftelijke aanvraag zoals vereist volgens de WWB en Awb. Ook het beroep van appellante op een hersteltermijn werd verworpen omdat er geen aantoonbare aanvraag was.
De Raad concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat er geen sprake is van het uitblijven van een beslissing op een aanvraag. Appellante heeft ook na 22 december 2008 geen actie ondernomen om haar recht op bijstand geldend te maken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Dordrecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd omdat geen bijstandsaanvraag tot stand is gekomen.