ECLI:NL:CRVB:2012:BY0607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van vloerbedekking, een bankstel en kledingkasten vanwege een verhuizing. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet als bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege extreme overlast van ongedierte, die een bedreiging vormde voor haar gezondheid en die van haar kinderen, terwijl de verhuurder niet wilde ingrijpen. De Raad oordeelde echter dat appellante dit niet aannemelijk had gemaakt met objectief verifieerbare stukken.
De enkele wens om te verhuizen, ook op korte termijn, rechtvaardigt volgens de Raad niet dat de daarmee gepaard gaande inrichtingskosten als noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van aantoonbare noodzakelijkheid.