ECLI:NL:CRVB:2012:BY0610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor vervoerskosten en kosten bed wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt op grond van de WWB, verzocht om bijzondere bijstand voor vervoerskosten en de kosten van een bed. Het college wees deze aanvragen af omdat deze kosten werden gerekend tot de algemene kosten van bestaan, waarvoor men moet voorzien door reservering vooraf of gespreide betaling achteraf.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij stelde dat zij niet in staat was om te reserveren of te lenen vanwege haar financiële situatie, waardoor zij niet in haar primaire levensbehoeften kon voorzien.
De Raad oordeelde dat hoewel de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn, zij niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, WWB. De Raad vond dat vervoerskosten en kosten van een bed incidentele algemeen noodzakelijke kosten zijn die iedereen moet kunnen dragen, ook bij een bijstandsuitkering. Het risico van sociaal isolement door afwijzing werd niet aannemelijk gemaakt.
Ook het ontbreken van reserveringsruimte door schuldenlast werd niet als bijzondere omstandigheid erkend. Daarom was het college niet bevoegd om bijzondere bijstand te verlenen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor vervoerskosten en kosten van een bed wordt afgewezen omdat deze kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.