ECLI:NL:CRVB:2012:BY0611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante verzocht om bijstand met ingang van 3 februari 2009, maar meldde zich pas op 28 september 2009. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees de aanvraag voor de periode vóór 28 september 2009 af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij om gezondheidsredenen of door haar moeizame relatie met haar dochter niet eerder bijstand had kunnen aanvragen. De Raad oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende waren om dit te onderbouwen en dat appellante uit eerdere correspondentie en bankafschriften had kunnen afleiden dat haar inkomen onder het bijstandsniveau lag.
De Raad benadrukte dat het tijdig indienen van een bijstandsaanvraag tot de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene behoort. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.