ECLI:NL:CRVB:2012:BY0882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J. Govaers
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsgeldlening wegens niet-aflossing bij verkoop woning
Appellante ontving bijstand in de vorm van een geldlening met een krediethypotheek voor de financiering van haar woning. Bij verkoop van de woning heeft zij de lening niet direct afgelost, terwijl dit contractueel verplicht was. Het college vorderde daarom de terugbetaling van de lening op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB.
Appellante stelde dat haar schuld aan haar moeder een direct opeisbare schuld was geweest en dat zij de lening wel degelijk had afgelost, ook na het beëindigen van de bijstand. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schuld daadwerkelijk en ineens moest worden afgelost. De door haar overgelegde stukken toonden slechts onregelmatige en geringe betalingen aan, zonder duidelijke grondslag.
De rechtbank had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Het college was bevoegd de lening terug te vorderen omdat appellante niet voldeed aan de aflossingsverplichting bij verkoop van de woning. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de geldlening wordt bevestigd.