ECLI:NL:CRVB:2012:BY1149

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-3413 AW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken onverwijlde spoed bij beëindiging functie ambtenaar

Verzoeker, sinds 2002 aangesteld bij de gemeente Leeuwarden als [functie], werd per 1 januari 2011 boventallig verklaard nadat de gemeenteraad besloot te bezuinigen op het carillon. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Verzoeker stelde dat hij spoedeisend belang had vanwege het risico op achteruitgang van zijn artistiek niveau en het uitblijven van een uitspraak in hoger beroep tot 2014.

De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker niet in een financiële noodsituatie verkeert en dat het belang om snel uitsluitsel te krijgen onvoldoende is om onverwijlde spoed aan te nemen. Ook de gevreesde artistieke achteruitgang rechtvaardigt geen voorlopige voorziening.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

12/3413 AW-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (college)
Datum uitspraak: 22 oktober 2012
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 15 mei 2012, 11/1558, 11/1559 en 11/1588 (aangevallen uitspraak) en een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek ter zitting achterwege gebleven.
OVERWEGINGEN
1. Verzoeker was sedert 2002 aangesteld bij de gemeente Leeuwarden als [naam functie], voor 5,4 uur per week. De gemeenteraad van Leeuwarden heeft eind 2010 besloten om op de kosten van het carillon te bezuinigen door het bespelen van het carillon te beëindigen. Bij besluit van 2 december 2010 is verzoeker meegedeeld dat zijn functie van [naam functie] komt te vervallen vanaf 1 januari 2011 en dat hij vanaf die datum boventallig is. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 1 juni 2011 (bestreden besluit). Verzoeker is opgedragen met ingang van maart 2011 andere werkzaamheden te verrichten bij het team [naam team].
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
3.1. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3.2. Ter onderbouwing van zijn verzoek om voorlopige voorziening heeft verzoeker aangegeven dat er geen rechtsgrond bestaat voor de bestreden beslissing en dat de aangevallen uitspraak niet op reguliere wijze tot stand is gekomen. Omdat pas in 2014 een uitspraak in hoger beroep is te verwachten heeft verzoeker een spoedeisend belang bij de voorziening teneinde te voorkomen dat hij een aanzienlijke achteruitgang in zijn artistiek niveau zal ondervinden.
3.3. Nu niet gesteld of gebleken is dat verzoeker in een financiële noodsituatie verkeert of dreigt te verkeren en bovenstaande gegevens daar ook geenszins op wijzen, is een voorlopige voorziening niet gerechtvaardigd. Het belang van verzoeker om snel uitsluitsel te krijgen over de rechtmatigheid van de aangevallen uitspraak acht de voorzieningenrechter onvoldoende om tot een spoedeisendheid te concluderen. Dat geldt ook voor de gevreesde achteruitgang in artistiek niveau.
4. Uit het vorenstaande volgt dat niet voldaan is aan de in artikel 8:81 van Pro de Awb gestelde voorwaarde van onverwijlde spoed, zodat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is en moet worden afgewezen.
5. Er bestaat gaan aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht af.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2012.
(getekend) K. Zeilemaker
(getekend) P.W.J. Hospel
SG