ECLI:NL:CRVB:2012:BY1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks agorafobie
Appellante, een voormalig kok, viel op 28 december 2007 uit wegens longklachten en agorafobie. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde de verzekeringsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op, waarna werd vastgesteld dat appellante niet geschikt was voor haar eigen werk maar wel voor zes andere functies. De arbeidsongeschiktheid werd berekend op minder dan 35%, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond.
In bezwaar voerde appellante aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat haar medicatie haar reactiesnelheid beïnvloedde. De bezwaarverzekeringsarts stelde na aanvullend onderzoek vast dat zij naast longklachten ook een paniekstoornis met agorafobie had, en paste de FML aan door nachtdiensten uit te sluiten. De arbeidsdeskundige concludeerde opnieuw dat appellante geschikt was voor de resterende functies met minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Appellante bracht in beroep naar voren dat haar beperkingen groter waren, met name door vervoersproblemen door agorafobie. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. De functies waren medisch geschikt en vervoersproblemen konden worden ondervangen met voorzieningen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering omdat arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is en beperkingen zorgvuldig zijn beoordeeld.